Minimuseum

Het minimuseum is ontworpen door Appie Smulders in de vorm van een abstracte woonwagen die is opgedeeld in drie vitrines. In deze vitrines komen in grote lijnen de geschiedenis en cultuur van Roma en Sinti aan het licht.


De vitrine vrije vogels gaat over de cultuur van Roma en Sinti.


Op het eerste Wereld Romani Congres in 1971 in Londen werd het lied Djelem, Djelem uitgeroepen tot het volkslied van de Roma. De laatste dag van het congres, 8 april, werd uitgeroepeen tot International Romani Day en de vlag (zie foto hieronder) werd officieel erkend.

De Romani vlag had oorspronkelijk (sinds 1933) een horizontale blauwe streep bovenaan en een horizontale groene streep onderaan. Op dit congres werd het wiel er aan toegevoegd. Het Dharma wiel is een Boeddhistisch symbool en verwijst naar India, de historische wortels van de Roma. De acht spaken symboliseren het achtvoudige pad naar verlichting. Het wiel kan ook worden gezien als een verwijzing naar de nomadische levensstijl.

De taal van Roma en Sinti is Romani of Romanes en bestaat uit vele dialecten en subtalen. Romanes reist mee met de migrerende Roma. Daardoor is ze onderhevig aan vele invloeden en zijn er verschillende dialectgroepen.

Wat betreft religie namen Roma en Sinti meestal de religie over die overheerste in de gebieden waar ze verbleven. Vaak combineren ze dat met hun eigen tradities en rituelen. Veel Roma in Europa zijn praktiserende christenen.

Sarah-le-Kali is de beschermheilige van de Roma. Ieder jaar op 24 en 25 mei wordt het beeld van de heilige Sarah in een ceremoniële processie naar de kust bij Saintes-Maries-de-la-Mer in de Camargue gedragen en daar nat gemaakt met zeewater. De heilige Sarah uit het zuiden van Frankrijk is heilig omdat zij Maria Jacombé en Maria Salomé redde van hun bootje toen zij strandden in de buurt van Arles. Sarah is een zwarte bediende uit Egypte die ook in het bootje zat en een uitweg bood voor de twee Maria’s. In andere verhalen is Sarah een koningin van een groep zigeunernomaden die in het zuiden van Frankrijk verbleven.

Omdat Roma en Sinti voortdurend onder vuur hebben gestaan en nog altijd staan over het feit dat ze een “landloos” volk zijn. Is het voor veel Roma en Sinti voor de beleving van hun identiteit van groot belang om te weten waar ze ooit vandaan kwamen. Tegelijkertijd is men bang dat dit aangegrepen kan worden om Roma terug te sturen naar ‘ hun land van herkomst ’, terwijl de meesten daar al duizend jaar of meer weg zijn.

Aanduidingen als Gipsy of Gypsy, Gitano, Gitan, Tzigane, evenals het woord Zigeuner worden door Roma en Sinti als neerbuigend en discriminerend ervaren. Al deze benamingen zijn verbasterde verwijzingen naar Egypte, waarvan lange tijd – ook door Sinti en Roma zelf – gedacht werd dat zij daar oorspronkelijk vandaan kwamen. Over het woord ‘Zigeuners’ wordt gezegd dat het afkomstig is van ‘ziedende Gauner’, wat ‘ rondtrekkende boef’ betekent. De Sinti behoren tot de Roma, maar hechten aan hun eigen benaming.

Rechtspraak vindt plaats doormiddel van de kris, een soort juridische raad die bij misstanden binnen de Roma en Sinti gemeenschap beslissingen moet maken over rechtvaardigheid om zo de harmonie binnen de groep te bewaren.

Gewoonten en tradities 
Mule (meervoud)
Een mulo (enkelvoud) kan een positieve of negatieve aanwezigheid zijn. Er zijn goede en slechte geesten. Er zijn er die beschermen en er zijn er die verwoesten. Dit manifesteert zich voornamelijk naargelang de levenden respectvol of respectloos met de mule omgaan. Er zijn een heleboel aanleidingen die de mulo kwaad kunnen maken. Zij zijn namelijk wispelturig en dat maakt ze onvoorspelbaar. Om de mulo tot rust te brengen kan men het favoriete voedsel van de dode voorschotelen. Men kan bloemenkransen aanbieden of aandacht aan de geest in kwestie besteden. Men moet het gedachtegoed van de overledenen respecteren. Bij de graven op de Nieuwe Ooster in Amsterdam staan achter de graven vaak tafeltjes en stoelen waar de familie samen komt om te eten.

De geesten zijn gevaarlijk voor pasgeboren kindjes die nog geen bescherming genieten door allerlei rituele handelingen. Bij de Roma hangt men ter bescherming een rood touwtje rond de enkel of de pols van de baby. Dit beschermt tegen tegen het kwaad en boze geesten.

– Paard
Over het algemeen eten Roma en Sinti geen paardenvlees. Ze doen dat uit respect voor hun voorouders; paarden brachten hen over de hele wereld en ze hebben dus veel aan paarden te danken.

Overal waar Roma en Sinti hebben geleefd hebben zij invloed gehad op de muziek. Men zegt dat ze een Oosterse klankkleur hebben aangebracht in de traditionele muziekstijlen van de landen waarin zij verbleven/verblijven.

Veel Sinti waren/zijn musici en hadden/hebben vaak circusachtige of kermisachtige beroepen. Vanaf 1868 arriveerde er een nieuwe opvallende groep mensen in Nederland: de Kaldarasch. Zij waren rondtrekkende ketellappers afkomstig uit Hongarije. Later arriveerden er twee andere groepen: de Ursari, berenleiders uit Bosnië en de Lowara, paardenhandelaren oorspronkelijk afkomstig uit Hongarije. De Kaldarasch, Ursari en Lowara zouden nu worden aangeduid als Roma. De meeste groepen in Europa die in de volksmond Zigeuners worden genoemd, noemen zichzelf Roma. In Nederland wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen Roma en Sinti. De term Roma wordt gebruikt voor groepen die in de 19de en 20ste eeuw naar Nederland zijn getrokken en die afkomstig zijn uit Oost-Europa. De term Sinti wordt gebruikt voor groepen die al vanaf de 18de eeuw in West-Europa wonen.


De vitrine vogelvrij gaat over de tijd rond de Tweede Wereldoorlog


In Duitsland verscheen in 1920 de ‘wetenschappelijke’ brochure: Die Freigabe der Vernichtung lebensunwerten Lebens, wat we kunnen vertalen als ‘Het toestaan van de vernietiging van levensonwaardige levens’. ‘‘De zigeunerholocaust’, was het gevolg van een eeuwenlang proces van stigmatisering en discriminatie. Vanaf de jaren twintig bedacht men in Duitsland steeds drastischer maatregelen om ‘het zigeunervraagstuk’ op te lossen:
– In 1925 werden werkloze ‘zigeuners’ opgesloten in werkkampen.
– In 1927 moest elke ‘zigeuner’ een identiteitskaart bij zich dragen.
– In 1929 richtte de Duitse overheid een centraal bureau op voor ‘de strijd tegen dezigeuners’.
– Nadat Hitler aan de macht was gekomen, werden zigeuners in navolging van de joden,beroofd van hun burgerrechten.
– In 1938 sprak Himmler over ‘de zigeunerplaag’, waarvoor een ‘definitieve oplossing’moest worden bedacht. Die oplossing kwam op 16 december 1942; Himmler vaardigde het zogeheten Auschwitz-Erlass af, het bevel om alle Europese ‘zigeuners’ naar Auschwitz-Birkenau te transporteren.

In Nederland begon de actieve “zigeunervervolging” ongeveer twee jaar later (1944). Eerst moest ‘het jodenprobleem’ worden opgelost. Wel werd er in Nederland vanaf 1928 een actief beleid gevoerd tegen de vestiging van Roma en Sinti. Ze waren een ‘plaag’ en daarom werden ze aan de grenzen met België en Duitsland, waar ze evenmin welkom waren, eindeloos heen en weer gestuurd. Dat is heel schadelijk geweest voor hun economische en maatschappelijke positie. In 1943 werd voor woonwagenbewoners een trekverbod ingesteld en werden zij als groep geregistreerd bij de Recherchecentrale, wat normaal gesproken alleen met criminelen gebeurde. De wielen van de woonwagens en alle paarden werden in beslag genomen.

Op 14 mei 1944 kregen de gewestelijke politiepresidenten van de grote steden in bezet Nederland het volgende geheime telexbericht van de Duitse Sicherheitspolizei en SD door: “(….) met het doel eener centrale aanhouding van alle in Nederland verblijvende personen, die de kenmerken der Zigeuners bezitten, moeten met instemming van den Befehlhaberder Ordnungspolizei op dinsdag 16 mei 1944 te 7.00 uur alle Zigeunerfamilies, alle kinderen inbegrepen, door personeel van de Nederlandse politie onverwijld naar kamp Westerbork worden overgebracht en wel tot uiterlijk 20.00 uur. Onder het bovenstaande vallen alle personen, die op grond van hun uiterlijk, hun zeden en gewoonten als Zigeuner of Zigeunerhalfbloeden kunnen worden aangemerkt, zoomende alle personen die naar de geaardheid der Zigeuners rondtrekken. (..)”

De zigeunerrazzia op 16 mei 1944 was een onderdeel van de Europese klopjacht op Roma en Sinti. In Nederland werden in totaal 578 mensen opgepakt en naar doorgangskamp Westerbork gebracht. Daar bleek dat de Nederlandse politie de term ‘zigeuner’ veel te ruim had genomen. Meer dan de helft bleek ‘ongegrond’ opgepakt en werd weer naar huis gestuurd. Op 19 mei 1944 vertrokken de overgebleven 245 mensen op het ‘Zigeunertransport’ naar Auschwitz-Birkenau. De meesten werden 31 juli vergast.

Voor zover bekend zijn er 32 Roma en Sinti teruggekomen. In de concentratiekampen werden in totaal tussen de 500.000 en 1.000.000 Roma en Sinti vermoord. Maar waarschijnlijk veel meer omdat veel Roma en Sinti niet geregistreerd stonden en dus voor de wet eigenlijk niet bestonden.

In Amsterdam werden bij de razzia 22 Sinti en Roma opgepakt en van bureau Houtmarkt op het JD Meijerplein naar het politiebureau aan de Marnixstraat gebracht. Daar werden ze door agent Jaap Knol. Ze werden weer vrij gelaten toen de razzia voorbij was. De Amsterdammers die wel zijn opgepakt bij de razzia van 16 mei waren die dag op bezoek bij familie in andere grote steden.

Zigeuneropstand Birkenau
In mei 1944 begonnen de nazi’s met het uitvoeren van hun plannen voor de “Endlösung” in het “zigeunerfamiliekamp” in Auschwitz-Birkenau. Volgens het oorspronkelijke plan zou het “zigeunerkamp” op 16 mei 1944 worden ‘ontruimd’ (lees vernietigd, NB dezelfde dag als de razzia in Nederland). Toen de SS probeerden de gevangenen uit de barakken te drijven, ontstond er een opstand onder de Roma mannen, -vrouwen en -kinderen, die met niet meer dan stokken, gereedschap en stenen waren bewapend. De SS moest uiteindelijk het veld ruimen. Op 2 augustus 1944 werd opnieuw het bevel tot ‘ontruiming’ gegeven en werden de laatste 2897 ( Herinneringskamp Westerbork heeft het over 4000) Roma mannen, -vrouwen en -kinderen in de gaskamers van Auschwitz-Birkenau vermoord5.

Het Europees Parlement heeft in 2015 de dag 2 augustus uitgeroepen tot “Europese herdenkingsdag van de Roma-Holocaust” ter nagedachtenis aan de 500 000> Roma – op dat moment ten minste een kwart van de totale omvang van deze bevolkingsgroep – die in het door de nazi’s bezette Europa werden vermoord.

Rassenwetten en uitsluiting
Na de nazi-machtsovername in 1933 probeerde men de ideologie van “raciale zuiverheid” om te zetten in beleid. Verschillende bevolkingsgroepen werden geclassificeerd aan de hand van experimenten en onderworpen aan onderzoek. Robert Ritter, Duitse psycholoog en arts, stond aan het hoofd van deze pseudo-wetenschappelijke onderzoeken en wordt gezien als een van

de belangrijkste racistische theoretici van het toenmalig Duitse rijk. De sterilisatiewet in juni 1933 (Uit Westerborkportretten) omvatte de verplichte sterilisatie van personen die eventuele erfelijke lichamelijke of geestelijke aandoeningen aan hun nakomelingen door zouden kunnen geven. Naast gediagnosticeerde medische aandoeningen als bijvoorbeeld schizofrenie, ‘zwakzinnigheid’, epilepsie, blind- en doofheid, zouden ook burgers die als “asociaal” werden geclassificeerd moeten worden gesteriliseerd. Sinti en Roma zijn verhoudingsgewijs bovengemiddeld vaak het slachtoffer van de Duitse sterilisatiepolitiek.

Om de maatregelen tegen de Duitse Sinti en Roma in praktijk te kunnen brengen, moeten de nazi’s eerst vaststellen wie er wel en niet als zigeuner geldt. Voor dit doel wordt in 1936 een onderzoeksinstituut opgericht: de “Rassenhygienische und erbbiologische Forschungsstelle”. Het instituut verzamelt data en informatie over rondtrekkende personen in Duitsland, met de nadruk op ‘zigeuners en zigeuners van gemengde afkomst’. De politie en andere instanties gebruikten deze data bij het oplossen van het ‘zigeunervraagstuk’. Robert Ritter, hoofd van dit onderzoeksinstituut, maakte van iedere zigeunerfamilie een soort stamboom, die wel 6 meter lang kon zijn en meer dan 800 namen bevatten. Op grond van haar onderzoek stelde de RHF, Rassenhygienische Forsungsstelle, tienduizenden individuele Rassenhygienischen Gutachten(rapporten) samen. Op grond hiervan konden personen later gedwongen worden gesteriliseerd en naar een concentratiekamp worden gedeporteerd. In het rapport werd de persoon ingedeeld naar raszuiverheid in een van de volgende categorieën:
– Z : Een volbloed zigeuner
– ZM + : Een gemengde zigeuner met veel zigeunerbloed (1e graads voor een halfbloed zigeuner)
– ZM : Een gemengde zigeuner met een kwart zigeunerbloed (2e graads)
– ZM – : Een gemengde zigeuner met overwegend Duits bloed
– NZ : Een zuiver deutschblütige niet-zigeuner

Met de afkondiging van de Neurenberger Wetten verscherpt de discriminatie van Sinti en Roma. In deze ‘rassenwetten’ staat gedefinieerd wie Duitser, en daarmee staatsburger, is. Veel Sinti en Roma hebben nooit burgerrechten gekregen in Duitsland, maar voor zover ze deze wel hebben, raken ze deze dankzij de nieuwe wetten kwijt. De rassenwetten verbieden voortaan relaties tussen Duitsers en niet-Duitsers om zo ‘het Duitse bloed en de Duitse ‘eer’ te beschermen.

De latere generaties en discriminatie vandaag de dag
De volkerenmoord onder de nazi’s is niet het enige dieptepunt in hun geschiedenis en ook niet het laatste. Ook nu nog worden Roma en Sinti gediscrimineerd en uitgesloten. In Hongarije staan borden met ‘verboden voor Zigeuners’. In Oekraïne worden ze bij de grenzen terug gestuurd en hun gezichten werden groen geschilderd zodat ze te herkennen waren. Uit angst verbergen veel van hen hun identiteit.

Ook in Nederland is de uitval van Roma en Sinti jongeren in het onderwijs extreem hoog. De doorstroom naar de universiteiten is schaars en ze zijn minder gezond dan de gemiddelde Nederlander. Hun woonomstandigheden zijn vaak onder de maat. Sinds 1999 is de Woonwagenwet afgeschaft. Dat betekende dat gemeenten woonwagenstandplaatsen lieten verdwijnen door vrijkomende standplaatsen op te heffen. Zo werd men gedwongen om in huizen te gaan wonen. Ondanks dat dit in 2018 onder druk van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens is veranderd is er nog altijd een dramatisch tekort aan woonwagenplaatsen.

Men is Roma en Sinti altijd als ‘anders’ en vooral problematisch blijven zien. Beleidsmakers werkten de problemen voor een groot deel zelf in de hand, bijvoorbeeld door het verbod om rond te trekken waardoor heel veel mensen hun traditionele beroepen niet meer konden uitoefenen en werkeloos raakten. Ook werd er voortdurend met deze gemeenschap gesold wat betreft hun behuizing. Dit heeft het wantrouwen en hun isolatie alleen maar bevorderd en het denken in een wij en een zij.


De vitrine trekvogels gaat over de oorsprong van Roma en Sinti.


Roma en Sinti zijn over de hele wereld uitgevlogen. Hoogstwaarschijnlijk zijn ze oorspronkelijk afkomstig uit Punjab, een gebied ten oosten van de rivier de Indus in Noordwest-India. Overeenkomsten in uiterlijk, gewoonten en gebruiken, maar vooral in de taal wijzen daarop. Deze gebruiken zijn natuurlijk niet meer in alle gebieden hetzelfde omdat verschillende groepen zich door de eeuwen heen hebben aangepast aan de omgeving waarin zij terechtkwamen. Je zou kunnen zeggen dat de Sinti & Roma al eeuwen lang ‘globaliseren’ en (veelal tevergeefs) ‘assimileren’.

De geschiedenis vóór de 14e eeuw blijft mysterieus, hoewel er aanwijzingen zijn dat ze al rond 400 na Christus op drift raakten. De meeste studies wijzen erop dat de Roma en Sinti van India naar Pakistan en Afghanistan zijn getrokken. Ondanks dat waterdicht bewijs (nog) ontbreekt is er in de jaren dertig en veertig met behulp van fysische antropologie en bloedonderzoek meer bewijs gevonden dat richting India wijst. Recenter is daar DNA- onderzoek bijgekomen, dat laat zien dat Roma genetisch dichter bij mensen uit India staan dan bij Europeanen. Daarna reisden zij door Iran naar het oosten van de Kaspische Zee. Vervolgens bewoonden zij het noorden van Mesopotamië of het Byzantijnse Rijk. Daarna woonden zij vermoedelijk in het zuiden van de Kaukasus. Van daar gingen zij naar de Zwarte Zee om via Roemenië en de Balkanlanden het centrum van Europa te bereiken. Hoe de verspreiding precies is gegaan, is niet bekend. De Roma en Sinti kennen, net als de Indiërs, geen geschreven geschiedwerken. Er was vooral een orale traditie.

Er zijn verschillende historische bronnen waarop iedereen, die schrijft over het vertrek van de Roma en Sinti uit India, zich beroept.

De eerste historische bron die een volk vermeld dat mogelijk voorouders van de Roma en Sinti zijn, is geschreven door Hamza Al- isfahani (893-961/971 na Chr.). Al-isfahani was zowel een taalwetenschapper als een geschiedenis- en literatuurliefhebber. De tekst is een onderdeel van een uitgebreid werk dat Al-isfahani schreef. Het heet “de Chronologieën” en dateert van 961 na Christus. In dit werk wordt de geschiedenis van de dynastieën van het Perzische rijk beschreven. Het verhaal gaat dat de Indiase koning Shangul in de 5e eeuw na Chr. 12.000 Indiase muzikanten schenkt aan koning Bahram Gur van het Perzische rijk, die ging trouwen met zijn dochter. De muzikanten waren gestuurd als een onderdeel van de bruidsschat; zij moesten het hof en zijn onderdanen entertainen. Bahram Gur vond namelijk dat zijn onderdanen na een halve dag werken, een halve dag feest verdienden. Muzikanten zouden deze feesten moeten opluisteren. maar hij had niet genoeg muzikanten om al zijn onderdanen te dienen. De 12.000 muzikanten waren dus bij uitstek een geschikt cadeau van de Indiase koning aan Bahram Gur.

Al-Firdausi (941-1025 n. Chr.) vertelt nog meer. In zijn boek – Het Boek der Koningen – beschrijft hij dat Bahram Gur bezoek kreeg van Koning Shankul. Toen Shankul zag dat de audiënties en feesten aan het hof van Bahram Gur wel een beetje opgefleurd konden worden gaf hij 10.000 muzikanten cadeau. Maar Bahram Gur was niet tevreden over de muzikanten en stuurde ze weg om de ‘gewone bevolking’ bezig te houden. Volgens sommige bronnen gaf Bahram Gur de muzikanten graan en vee mee om zich nuttig te maken op het platteland. Maar een jaar later was het graan en vee op. De muzikanten gingen opnieuw naar het hof om nieuwe voorraden te vragen. Bahram Gur werd woedend en verbande de muzikanten uit zijn rijk. Ze zouden voortaan moeten leven van hun muziek. Of deze legende historisch juist is, staat niet vast.

Het derde verhaal is opgetekend door Al-Talabi(?-1036). Hij schreef in dezelfde periode als Al-Firdausi zijn geschiedenis van de Perzische koningen (1020 na Chr.). Volgens Al-Talabi kwam Bahram Gur op een dag terug van de jacht toen hij een groep mensen zag die aan het rusten waren. Ze klaagden dat de rijkelui op hen neerkeken omdat zij geen muzikanten hadden om hen te vermaken. Daarop verzocht Bahram Gur koning Shankul, de vader van één van zijn vrouwen, muzikanten te sturen die in het vervolg moesten leven en werken in het Perzische rijk. Volgens Al-Talabi waren afstammelingen van deze muzikanten uitstekende fluitspelers die toen hij zijn geschiedwerk schreef nog steeds in Perzië woonden.

Als we deze drie schrijvers mogen geloven en we aannemen dat ze het over de Roma en Sinti hebben, dan heeft hun migratie van India naar Perzië plaatsgevonden in de 5de eeuw na Christus. Het zou kunnen dat deze muzikanten en hun nakomelingen eeuwen in Perzië en India hebben rondgetrokken en vanuit daar langzaam westwaarts zijn gegaan.

Huidige wetenschappers van Roma-afkomst, zoals Ian Hancock en Rajko Djuric, gaan ervan uit dat de Roma & Sinti pas uit India vertrokken in de elfde eeuw, toen Arabische moslims India binnenvielen. Roma & Sinti zouden als militairen hebben gevochten in deze oorlog. De aanvoerder van het leger dat India binnenviel was Mahmud al-Ghazni (971-1030 na Chr.) Hij kwam nooit verder dan het noorden van India. Maar door alle verwoestingen zouden de Roma & Sinti uit noordelijk India zijn vertrokken. In de 13e eeuw kwamen ze aan in Walachië, een deel van Roemenië. Daar werden ze tot slaaf gemaakt en pas in 1856 kwam daar een eind aan.

Vanaf de 15e eeuw kunnen we grofweg drie grote migratiegolven onderscheiden van Sinti & Roma naar onze streken:1) De eerste migratie naar De Nederlanden was rond 1420. In 1420 verschijnen de eerste reizigers in Nederland in Deventer. Ze worden ‘heidenen’ of ‘Egyptenaren’ genoemd, omdat ze zeggen dat ze uit ‘Klein-Egypte’ komen. Ze zeggen een boetetocht van 7 jaar te maken voordat ze naar hun land mogen terugkeren. In eerste instantie worden ze vriendelijk ontvangen; Keizer Sigimund (1410-1437 Oostenrijk- Hongarije) geeft hen beschermings- en vrijgeleide brieven waarin hij de wereldlijke machthebbers oproept deze vrome pelgrims ongehinderd door te laten en ze bijstand te verlenen in de vorm van voedsel en onderdak. In de zestiende eeuw slaat dit om in vijandigheid. De ‘zigeuners’ zouden spionnen van de Turken zijn en worden in de zeventiende eeuw vogelvrij verklaard en vervolgd.

2) De tweede migratie kwam op gang na de opheffing van de slavernij in Walachije en Moldavië in 1856. Rond 1868 duiken er nieuwe groepen reizigers in onze streken op. Het zijn ‘Kaldarasch’, Hongaarse ketellappers. Later volgen Bosnische berenleiders, de Usari. Ook kwamen er ‘Lowara’ naar Nederland, paardenhandelaren uit Roemenië en Hongarije.

Sinti kwamen al vóór 1868 naar Nederland maar werden nooit als een aparte groep gezien. Ze hadden vaak muzikale, circusachtige of kermisachtige beroepen.

Vanaf 1928 werden door de Nederlandse overheid alle bovengenoemde groepen, voor zover zij nog in Nederland aanwezig waren, ‘Zigeuners’ genoemd. Daarmee sloot Nederland aan bij de Duitse traditie die al in de negentiende eeuw ontstond door te spreken van het ‘zigeunerprobleem’. Zo schreef de Duits-Hongaarse historicus J.H. Schwicker in Die Zigeuner in Ungarn und Siebenbürgen, uit 1883: “De zigeuner bezit ongetwijfeld een hoge mate aan natuurlijk denkvermogen en mentale behendigheid; hieruit vloeien ook de slimheid en listigheid voort waarmee hij zijn doelen probeert te bereiken. (…) Eerlijkheid is nu eenmaal niet de beste eigenschap van dit volk, dat al sinds zijn eerste verschijnen als leugenachtig en diefachtig wordt aangemerkt. (…) Wel legt hij daarbij soms een kinderlijke naïviteit aan de dag of probeert hij met brutaal en onbeschoft gedrag te imponeren. Overigens is dit volk toch al behept met een grote dosis aan hoogmoed en zelfoverschatting.”

3) Een derde grootschalige migratie van Oost-Europese Roma kwam op gang na de val van het Communisme in de jaren 80 en 90 van de 20ste eeuw. Vanaf dat moment zijn veel van hen naar het Westen vertrokken in de hoop op een beter bestaan. Ook zijn begin jaren negentig Roma, vanwege de burgeroorlog in Joegoslavië, naar West- Europese landen gevlucht. Sinds 2004 en 2007, jaren waarin Hongarije, Slowakije, Bulgarije en Roemenië toetraden tot de Europese Unie, zien we ook een toename van Roma die naar West-Europa trekken.